BN/De Stem 13 december 2008 | door Cyril Rosman
In 2005 stond het woord 'Lonsdaler' nog in de top-10 van nieuwe woorden van het woordenboek van Van Dale. Wie toen Lonsdale zei, zei extreemrechts, zei hangjongere, zei racist. Maar het vooroordeel dat alle jongeren die het kledingmerk Lonsdale dragen ook rechtsextremist zijn, lijkt een beetje te slijten. Tenminste, dat staat in Monitor Racisme en Extremisme van de Anne Frank Stichting, die deze week verscheen.
"We constateerden al eens dat het etiket 'Lonsdale' aan slijtage onderhevig is. In 2005 kregen Lonsdale-jongeren in media en in rapportages vrij consequent het etiket 'Lonsdale' opgeplakt. De afgelopen periode namen we waar dat berichtgeving vaker etiketloos gebeurde of dat deze jongeren vanwege hun haardracht het etiket 'skinheads' kregen opgeplakt", schrijven de onderzoekers Jaap van Donselaar en Peter Rodriques. Het is een ontwikkeling die heel wat jonge Lonsdale-dragers uit de regio zullen toejuichen. "Ik ben heus geen racist omdat ik Lonsdale draag. De hele groep wordt over één kan geschoren en daar stoor ik me enorm aan. Want ik wil niet als racist gezien worden", zei Lily uit Raamsdonksveer al eens in deze krant. Ze bleef, ondanks het negatieve imago, de kleren gewoon dragen. Gewoon, omdat ze ze mooi vindt. "Maar het is wel irritant dat er altijd slecht over Lonsdale wordt gesproken."
Het slechte imago bezorgde het merk ook veel problemen. Er werd een tegenactie onder de term 'Lonsdale loves all colours' ingezet. Maar sommige winkels besloten toch de kleren niet meer te verkopen. Kledingketen London Mode vertikte het in 2005 ook langer de Lonsdale-kleding nog in Nederland op de markt te brengen.
Zelfs de Nederlandse geheime dienst, de AIVD, ging zich er mee bemoeien. De geheime dienst schreef in een rapport in 2005 dat ze niet denkt dat er veel contact is tussen Lonsdalers en extreemrechtse partijen. "Wel zijn veel jongeren die het kledingmerk dragen nationalistisch." Lonsdale-jongeren waren toen volgens de dienst mogelijk wel een gevaar voor de 'democratische rechtsorde'. "Het gebruik van provocerende symbolen, uiterlijk en taal lokt vaak confrontaties met allochtone jongeren uit."
In het onderzoek van vorige week staat wel dat een 'aantal gebeurtenissen in 2007 en 2008' laat zien dat er nog steeds sprake is van 'Lonsdale-problematiek'. En dan bedoelen de onderzoekers niet het kledingmerk, maar de jongeren die dat etiket opgeplakt hebben gekregen. "Het meest in het oog springende incident vond plaats in Waspik. Daar werd een Liberiaans vluchtelingengezin een jaar lang belaagd door een groep Lonsdale-jongeren. Uiteindelijk zag het gezin zich genoodzaakt om het dorp te verlaten en ergens anders een huis te zoeken." Wat de onderzoekers niet goed weten is of het aantal jongeren met extreemrechtse denkbeelden is toegenomen of afgenomen. "We hebben eerder geschat dat er zo'n 125 groepen, van tussen de vijf en vijftig betrokkenen, van gabbers (lees skinheads, lees Lonsdalers, CR) met enige vorm van rechtsextremistische of racistische ideeën in Nederland zijn." Ze denken dat daar weinig verandering in is gekomen.
Lonsdale
Kleding van Lonsdale kwam in 1960 op de Engelse markt. Het is van oorsprong een boksmerk, dat veel door zwarte boksers werd gedragen. Rond 2002 werd het merk populair onder Nederlandse gabbers en andere hardcore-fans. Sommigen gebruiken de kleding om te laten zien dat ze rechtsextremistisch denken. De letters nsda in Lonsdale staan dan symbool voor de NSDAP, de partij van Hitler in de Tweede Wereldoorlog. Veel buitenlandse jongeren reageren door het dragen van de kledingmerken Karl Kani en Fubu. Alleen in Nederland en Duitsland heeft Lonsdale last van dit imago.